Slechts één keer is ze op vakantie geweest, naar de Canarische Eilanden. Want als andere mensen zonniger plaatsen opzochten en het even rustig aan deden, waren het voor Claries Janvier drukke tijden. De bijna 90-jarige werkte een groot deel van haar lange leven op de kermis. Ze kijkt terug op een rondtrekkend bestaan naar alle hoeken en gaten van Nederland. “De kermis was ons leven, een bijzonder leven” THUIS BIJ... .... mevrouw Janvier “Wat ik op de kermis gedaan heb? Nou van alles: de huishouding, de kassa, van de ene naar de andere kermis rijden…”, zegt mevrouw Janvier terwijl ze foto’s en boekjes op tafel legt in haar Bergse appartement. “Ik kom uit een kermisfamilie. En mijn man ook, ik heb hem leren kennen op de kermis. Ze gingen in de loop der jaren met verschillende attracties door het land. “De Star,” herinnert mevrouw Janvier zich. “Dat was een over de kop slaande hamer met bakjes eraan die draaiden. Na één seizoen stapten we over naar het Vrolijk Rad, een grote schijf met allerlei spelletjes.” Toen haar vader de boel had verkocht, werkte ze een tijdje voor een andere exploitant. Als caissière in een spookhuis en als verkoopster in een nogakraam. Achter de kassa bij de mini-autootjes zat ze tussendoor voor een neef van haar man. Grijpkranen Alles bij elkaar: een indrukwekkende en gevarieerde kermiscarrière. Maar dan is het meest langdurige onderdeel van al die actieve jaren nog niet genoemd. Mevrouw Janvier lepelt ook die periode zonder enige hapering op: “Ik heb 20 jaar gewerkt voor een tante en een oom. Die stonden met een Holly Crane op de kermis: van die automaten met grijpkranen, waarmee je bijvoorbeeld horloges te pakken moet zien te krijgen. Ik zat achter de kassa en mijn man liep rond om de boel in de gaten te houden en soms een reparatie uit te voeren.” In de jaren ‘90 zette mevrouw Janvier een punt achter haar werkzame leven, waarvan alleen nog de foto’s resteren. En de herinneringen. “Ik heb het altijd graag gedaan. Het was een bijzonder leven. Zeven maanden per jaar ben je aan het toeren, soms een paar weken meer of minder.” Vaste klanten De sfeer varieerde per provincie. Mevrouw Janvier vond Friesland en Limburg gezellig. “Ik kwam het liefst in de dorpen. In de grote steden was het publiek ook leuk, hoor. Maar daar liepen altijd raddraaiers rond. Met het spookhuis kwamen we trouwens niet in de dorpen, daar trok je te weinig mensen. Maar de Holly Crane was overal populair. Je had mensen die je op elke kermis zag. Vaste klanten, die je achterna reisden…” Je brood verdienen op de kermis heeft overigens onzekere kantjes. “Bij een vaste baan weet je wat je verdient. Op de kermis moet je maar afwachten. Als het bloedheet was, was het niks.” Rijdende school Mevrouw Janvier kende een hoop kermismensen. “Jarenlang zat ik in de Vrouwenbond. Die overlegde met gemeenten over bijvoorbeeld de standplaatsen, de afvoer van vuil en het onderwijs voor de kinderen van exploitanten. Er was trouwens een tijdlang een rijdende school op de grotere kermissen, met een meester en een juffrouw. Het was een grote uitschuifkar met zes klaslokalen.” “Ach,” mijmert ze. “De kermis was ons leven. Nu ben ik nog de enige van de hele familie.” 8 9
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=