en toortsdragers – ze kwamen allemaal mee. En dat gold ook voor bakkers, een pasteibakker, kapelaans en kosters, jagers, valkeniers en zelfs zangers. Het kasteel was luxe en imposant. Het bestond uit een hoofdburcht of Opperhof, een voorburcht of Nederhof en een ommuurde tuin. Het geheel was omgeven door grachten. Daarbuiten stonden bovendien nog een stoeterij, een brouwerij en een grote duiventil. De geschiedenis van het complex gaat terug tot de vroege veertiende eeuw. Halverwege die eeuw kreeg de familie Van Borssele het kasteel in bezit. In 1436 stierf Jacoba. Ze wilde begraven worden in de Maartenskerk in Sint-Maartensdijk, bij de ouders van haar echtgenoot. Maar dat ging niet door. Haar familie koos voor de Hofkapel op het Binnenhof in Den Haag, waar ook haar voorouders waren begraven. Het kasteel is in 1820 afgebroken. Althans, het gedeelte dat er toen nog was. De rest was vóór die tijd al vergaan. Als je bij de kruising van de Onder de Linden en de Provinciale Weg goed kijkt, zie je nog een gedeelte van de gracht… DE GRACHTEN TOEN EN NU 19
RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=