Natuur en omgeving
We staan er niet altijd bij stil. Maar in en rond onze woningen wonen ook heel veel dieren. De meeste daarvan zijn beschermd via de Omgevingswet. Denk bijvoorbeeld aan huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. We mogen de verblijfplaatsen van deze dieren niet zomaar verstoren.
Onderzoek
Bij onderhoud aan de gevels of het dak, bij renovatie en bij sloop zijn we verplicht om te onderzoeken of er beschermde diersoorten in en rond de woningen verblijven. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een ecoloog. De ecologen gaan zowel overdag als ’s nachts op pad. Zij kunnen zich altijd legitimeren.
Periode van onderzoek
- 1 april t/m 15 mei: onderzoek naar huismussen
- 15 mei t/m 15 juli: onderzoek naar vleermuizen
- 1 juni t/m 15 juli: onderzoek naar gierzwaluwen
- 15 augustus t/m 1 oktober: onderzoek naar vleermuizen
Tijdelijke nestkasten
Zijn er beschermde dieren gevonden? Dan maken we een plan om deze dieren tijdens het werk te beschermen. De provincie controleert of dit plan goed genoeg is. We vragen hiervoor een speciale vergunning aan.
Als het plan is goedgekeurd, zorgen we dat dieren de gebouwen uit kunnen, maar niet meer terug naar binnen. Soms plaatsen we tijdelijke nestkasten in de buurt. Pas daarna mogen we aan het werk. In nieuwe gebouwen komen weer vaste nestplekken voor de dieren.
Op deze manier zorgen we dat deze diersoorten kunnen blijven wonen in de buurt. Zo dragen we bij aan een groene leefomgeving in onze wijken en kernen.
Vergroen je tuin
Een groene tuin draagt bij aan een betere leefwereld voor planten en dieren. Laar je inspireren door onze voorbeeldtuinen.
Veel gestelde vragen
- Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De exacte periode kan per vogelsoort en situatie verschillen.
- Tijdens deze periode mogen nesten, eieren en jonge vogels niet worden verstoord of verwijderd.
- Ook lege nesten kunnen beschermd zijn als ze opnieuw gebruikt worden, bijvoorbeeld door roofvogels of zwaluwen.
- een gevaarlijke situatie (bijvoorbeeld risico op letsel), of
- ernstige schade aan gebouwen.
Voordat de werkzaamheden mogen starten moeten wij onderzoeken welke (beschermde) diersoorten in de buurt wonen. Vaak zijn dat dieren die in gebouwen wonen, zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Met de uitkomsten van deze onderzoeken vragen we een omgevingsvergunning flora & fauna activiteit aan bij de provincie. De provincie beoordeelt ons onderzoek en de maatregelen die wij voorstellen. Na goedkeuring mogen we de gebouwen zo aanpassen, dat de dieren er niet meer kunnen wonen. Ze kunnen nog wel de gebouwen uit, maar niet meer in. In de omgeving bieden we alternatieve, tijdelijke woon- en nestruimte aan. Daarna kunnen we pas starten met onze werkzaamheden. In de nieuwbouw zorgen we dan weer voor nieuwe nestruimte.
Op deze manier zorgen we dat deze diersoorten kunnen blijven wonen in de buurt en dragen we bij aan de biodiversiteit in onze wijken en kernen.