Elfriede van Zitteren over wonen in Steenbergen

Elfriede van Zitteren-Hamen kwam 47 jaar geleden naar Steenbergen. De plaats zelf zei haar toen nog helemaal niets. “Ik had nog nooit van Steenbergen gehoord. Maar het stadje werd me destijds voorgesteld vanwege het spreidingsbeleid van het toenmalige kabinet Joop den Uil.” Elfriede – “men noemt me hier Frieda” – kwam in 1971 namelijk vanuit Suriname naar Nederland. Ze kreeg van Stichting Regionaal Wonen (de voorloper van Stadlander) uiteindelijk een woning toegewezen in de Beukstraat, waar ze naar eigen zeggen al meer dan 45 jaar heerlijk woont en niet meer weg zou willen.

De eerste jaren in Nederland woonde Elfriede bij haar broer in het Gelderse Vaasen. Daar kreeg ze een opleiding in een geriatrisch verpleeghuis. Hier werkte ze drie jaar en na een korte periode in Rotterdam werd Steenbergen haar nieuwe thuishaven. “Ik vond deze plaats meteen fantastisch. Wel moest ik er mijn weg nog zien te vinden, daar deed ik echt moeite voor. Ik ging in verenigingen, leerde heel wat mensen kennen en zij mij. Hier in de Beukstraat kreeg ik een fijn huis met een eigen tuin. Heerlijk! De wijk was hier achter nog in aanbouw, de toenmalige landbouwgrond werd bouwrijp gemaakt.”

We kenden elkaar allemaal

“Ik kreeg geweldige straatgenoten. We kenden elkaar hier allemaal, het was helemaal open en we liepen zo bij elkaar binnen. Een paar van de oude buurtgenoten wonen hier nu nog, al zijn er wel veel nieuwe mensen komen wonen. Toch is het hier nog steeds een fijne straat, heerlijk rustig.” Elfriede zocht en vond haar weg in het Steenbergse. “Ik kreeg werk als verzorgende bij het vroegere ziekenhuis Charitas in de Kleine Kerkstraat. Nadat dat gesloten en afgebroken werd, werkte ik bij het ABG in Bergen op Zoom en later bij Charitas in Roosendaal.”

Een dikke tien

Gevraagd naar haar ervaring met Stadlander is ze heel positief. “Van mij krijgen ze een dikke tien. Waarom? Ze hebben een luisterend oor en zijn bereid om te helpen als er eens iets is. Dan wordt er naar een oplossing gezocht. En ze denken ook met je mee. Zo kreeg ik het voorstel van onze contactpersoon Bert van Rijen om eens na te denken over een gelijkvloerse woning omdat ik ouder wordt. Dat hoeft van mij overigens niet hoor. Als ik de trap niet meer op kan, doe ik de eethoek eruit en zet ik mijn bed beneden. Want ik wil hier niet weg, ik geniet zo van dit huis, mijn tuin, de vogeltjes die hier fluiten en de rustige buurt.”

Extra nachtdiensten voor een nieuwe keuken

Vroeger, met Stichting Regionaal Wonen als verhuurder, ervaarde Elfriede minder betrokkenheid. “De tijden waren toen ook anders. En het kan ook aan mij gelegen hebben. Ik was gewend om zelf mijn zaken te regelen. Zo had ik een oude en versleten keuken, die ook lekte. Toen ben ik extra nachtdiensten gaan draaien om geld te verdienen voor een nieuwe keuken. Die is er ook gekomen.”

Ik geniet zo van dit huis, mijn tuin, de vogeltjes die hier fluiten en de rustige buurt.”

Wel vaak andere buren

Er is meer veranderd ten opzichte van de vroegere jaren. “Veel van de oude bewoners zijn verhuisd. Hier naast werd het eerst een doorstroomhuis. Er kwamen eerst vluchtelingen wonen. Geweldige mensen overigens hoor. En later steeds andere huurders. Helaas ook een huurder die voor problemen zorgde en ruzie kreeg met meer mensen in de buurt. Dat was in de jaren ’80. Ook eens een buurman die ruzie kreeg met een andere buur en dat ging soms verkeerd, tot vechten aan toe. Gelukkig kwam Stadlander dan praten. En we hadden ook een super wijkagent – Nico – die liet zich regelmatig in de wijk zien, was echt aanwezig, maakte met iedereen een praatje. Dat is nu helaas anders, ik zou niet weten wie nu de wijkagent is. Het zal ook wel door al die bezuinigingen komen.”

Wat moeite voor elkaar doen

Elfriede vindt het nog steeds prettig om de contacten met de buurtbewoners goed te houden. Van buren kwam bijvoorbeeld ondersteuning toen zij en haar echtgenoot Piet terugkwamen uit Suriname en in quarantaine moesten. “Toen werden er boodschappen voor ons gedaan”. Ook al zijn er van de vroegere buurtgenoten niet zoveel meer over en zijn de contacten minder, Elfriede is er van overtuigd dat ze niet bang hoeft te zijn: “Ik weet zeker dat als ik ‘Help, Help’ roep, dat ze zullen komen.”

Lees voor